U bent hier: Home - Risico's - Klimaat

Printvriendelijke versie


Klimaat




Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden en de fysieke belasting die daar het gevolg van is, mag de temperatuur op de arbeidsplaats niet schadelijk zijn voor de gezondheid van werknemers. Op de werkplek moet het klimaat aangenaam zijn. Niet te warm en niet te koud, maar bijvoorbeeld ook niet te vochtig. Zorg voor de juiste temperatuur en luchtvochtigheid en voorkom tocht.

Welke beroepen hebben te maken met klimaat?
Bijna alle beroepen in de afbouw hebben te maken met wisselende, soms onaangename klimaatsomstandigheden. Klachten over het klimaat komen vooral voor bij de:

Opperman vloerenlegger
Plafondmonteur / monteur - afbouw
Spackspuiter
Stukadoor (traditioneel en mechanisch)
Terrazzowerker / -vloerenlegger, granitovloerenlegger
Vloerenlegger (epoxy, polyurethaan / kunststofvloerenlegger)
Vloerenlegger (gietvloer, anhydriet)
Vloerenlegger zandcement - dekvloer


Wat zegt de wet- en regelgeving?


Wettelijke verplichtingen

Arbobesluit: Artikel 6.1 Temperatuur
  • De wet bepaalt dat u als werkgever moet zorgen dat de (minimum-) temperatuur geen gevaar oplevert voor de gezondheid van uw werknemers.
    Dit kunt u bijvoorbeeld doen door:
    • de inrichting van de werkplek (maatregelen tegen tocht, kou en vocht);
    • de inzet van persoonlijke beschermingsmiddelen (werkkleding);
    • de organisatie van de werkzaamheden: bijvoorbeeld door de werktijden te verkorten en/of de werkzaamheden af te wisselen in een warme omgeving.


Cao Afbouw
Artikel 15 – Tochtvrije arbeid
  1. Vanaf 1 september tot 1 mei zullen op de bouwwerken, in overleg en met medewerking van de bouwdirectie, de hoofdaannemer en/of de opdrachtgever, alle werkzaamheden als genoemd in artikel 2, werkingssfeer, tochtvrij moeten kunnen geschieden.
  2. Onder tochtvrij wordt verstaan dat de bouwwerken rondom met glas of met een ander lichtdoorlatend materiaal zijn dichtgemaakt.
  3. Zolang de bouwwerken niet aan de voorwaarden in lid 2 gesteld beantwoorden, worden deze geacht voor de werkzaamheden zoals genoemd in lid 1 nog niet gereed te zijn, tenzij door het Bedrijfschap om redenen te zijner beoordeling, dispensatie van het gestelde in de leden 1 en 2 van dit artikel wordt verleend.

Artikel 27 – Onwerkbaar weer
  1. De werkgever zal de werknemer 100% van het in deze overeenkomst vastgestelde uurloon betalen, wanneer en voor zolang (beide ter beoordeling van de werkgever in redelijk overleg met de betrokken werknemers) door ongunstige weersomstandigheden niet kan worden gewerkt.
    Zijn deze omstandigheden veroorzaakt door vorst of directe gevolgen daarvan of het aanwezig zijn van een sneeuwdek, dan geldt het bepaalde in lid 2 van dit artikel.
  2. In geval van werkverhindering door vorst in de periode van de eerste maandag in november tot en met de laatste vrijdag in maart geldt ten aanzien van de verplichtingen van de werkgever het volgende:
    • In geval van werkverhindering door vorst zal de werkgever de werknemer 100% van het in deze overeenkomst vastgestelde vast overeengekomen loon betalen met de daarbij behorende rechtwaarden als bedoeld in het Vorstverletuitkeringsreglement, voorzover ten behoeve van die werknemers over het aantal dagen als genoemd in artikel 5 van het Vorstverletuitkeringsreglement Risicofondsbijdrage is of zou moeten worden betaald. Is louter vanwege de duur van de dienstbetrekking(en)- over minder dagen Risicofondsbijdrage betaald, dan heeft de werknemer geen aanspraak op doorbetaling van loon en de daarbij behorende rechtwaarden als bedoeld in het Vorstuitkeringsreglement.
    • De bepalingen van de statuten van het Risicofonds en van het Vorstverletuitkeringsreglement binden de werkgever en de werknemer alsof zij in deze overeenkomst opgenomen waren.
  3. De werknemer die zich zonder toestemming van de werkgever of diens vertegenwoordiger van het werk verwijdert of na duidelijke oproeping door de werkgever, wanneer de belemmering is opgeheven, het werk niet hervat, heeft geen recht op de in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgestelde vergoedingen.
  4. De werknemer is verplicht, ingeval de werkgever hem gedurende de tijd, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, ander werk opdraagt, waarvoor hij geschikt is, deze arbeid te verrichten.
  5. Indien in opdracht van de werkgever de werknemer zich bij zijn werk vervoegt zonder dat er gewerkt kan worden, dient de werkgever aan de werknemer diens reiskosten te vergoeden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 40.


Meer informatie
   
   
 

Download gehele risico als PDF

 
 
 

< terug naar vorige pagina